De kracht van yoga op school

Kracht, stilte en ontspanning

16 februari 2018

Nynke Bos

Geplaatst in:

Sommige leerlingen zijn gewend direct te delen wat ze denken. Maar je balans vinden is lastig als je kletst, zo merken sommige kinderen tijdens een yogales. De docente, Nynke Bos, laat de onrustige kinderen kijken naar de klasgenootjes die schijnbaar moeiteloos op één been staan. Wat doen zij anders? Moet je er sterk of slim voor zijn? Nee, het is een kwestie van aandacht. 

Zodra ik mijn roze bedrijfsbakfiets bij het hek parkeer rennen de eerste kinderen al op me af met vragen en reacties: ‘Ben jij de yogajuf?’ ‘Doe niet zo onbeleefd, je moet u zeggen tegen haar, joh!’ ‘Mag ik helpen met die matjes?’ En daar gaan ze, ieder met drie matjes in hun armen. De meiden organiseren alles in navolging van mijn aanwijzingen. Alle twintig matten in een grote cirkel, kaarsje in het midden en alle krachtkleurkaartjes er omheen. ‘Deze mat is voor u juf, tussen ons in.’ Beter kan mijn les niet starten natuurlijk.

Dan komt de rest van de klas binnen, de energieke groep zessers zoeken hun plekje op de mat. Ik geef deze groep een kinderyogales met het thema Kracht. We ontdekken de kracht van ons lichaam, de kracht van samenwerking, de kracht van de zon en de aarde en gaan op zoek naar onze eigen krachtkleur.

Sommige kinderen zijn best rumoerig geweest tijdens de oefeningen. Ze zijn enthousiast en zijn gewend direct te delen wat ze denken. Bij de balansoefeningen komen ze erachter dat ze zichzelf zo ontzettend in de weg zitten. Ze wiebelen, wankelen en vallen om. Dat is lachen, maar ook frustrerend. Ik laat de onrustige kinderen kijken naar de klasgenootjes die wel schijnbaar moeiteloos op een been staan. Wat doen zij anders? Moet je er sterk of slim voor zijn? Nee, het is een kwestie van aandacht. Aandacht voor wat je nu aan het doen bent. De vraag komt van Ahmed: ‘Juf, mag ik mijn krachtkleurkaartje bij mijn matje leggen?’ En jawel, dan lukt het! Met de ogen op de krachtkleur gericht gaat de aandacht naar het lichaam, naar de ademhaling. Trots staat hij in de boomhouding, de kracht van aandacht.

We sluiten af met de kracht van stilte en ontspanning. Met gesloten ogen laten de kinderen de tonen van de klankschaal rondzingen door de ruimte.

Ik krijg mooie reacties na de les. ‘Het was heel fijn om helemaal stil te zijn met de hele klas.’ ‘Ik kon echt even in mijn lichaam kijken.’ ‘De oefeningen waren best zwaar, maar ik word er toch rustig van.’ ‘Ik zou dit wel vaker willen doen!’

Yoga op school kan zorgen voor een betere concentratie, hogere prestaties, het draagt bij aan de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en bevordert een goede sfeer in de groep. Het kan in de vorm van een wekelijkse complete les, maar kan juist ook prima dagelijks kort en effectief worden ingezet. Een paar passende oefeningen als opening van de dag, na het buiten spelen of tussen twee inspannende taken in. Natuurlijk kunnen klassen ook op andere manieren bewegen en ontspannen, denk aan Braingym, zingen of dansen (ik beperk mijn voorbeelden tot yoga, omdat ik daarin lesgeef).

Het mooie is in mijn ervaring dat de voordelen van yoga niet alleen effect hebben op de kinderen maar ook hetzelfde positieve effect hebben op de leerkracht. Het verlagen van stress, beter snelle beslissingen kunnen maken, een creatievere geest en een soepel lichaam; geen overbodige luxe voor de leerkracht. Want ook de leerkracht spant zich uren achtereen voor in en kan daarin de nodige balans gebruiken in de werkdag.

Yoga is stom!

sfeerbeeldmetlogo_moestuin

Het is vakantie. Kerstvakantie nog wel. Alle tijd van de wereld, zou je denken. Toch hebben we vandaag geen tijd om naar de dierentuin te gaan en dat is onoverkomelijk belachelijk – volgens mijn vijfjarige. Vanmiddag geef ik een workshop ouder-kindyoga en daar heb ik minimaal één kind bij nodig.

‘Yoga is stom!’ moppert mijn kleuter. Ik ben geschokt. Yoga stom?

Overdosis yoga

Ten eerste is yoga natuurlijk helemaal niet stom. Ik kan hier zo een hele rij voordelen en pluspunten opsommen, waaronder het niet te weerleggen feit ‘yoga is leuk’. Ten tweede ben ik bezig een yogapraktijk op te zetten. Ik volg een opleiding tot docent kinderyoga en oefen dus thuis mijn lessen met mijn drie trouwe jonge volgelingen. Elke woensdagmiddag geef ik kinderyogales aan een klein groepje kinderen, waaronder mijn oudste twee kinderen.

Zou er zoiets bestaan als een overdosis yoga? Heb ik hem teveel yoga toegediend? Nu moet ik zeggen dat de dubbele rol die ik tijdens de yogalessen heb ons beiden zwaar valt. Tijdens de les ben ik even niet zijn mama, maar toch ook wel. Ik ben zijn juf, maar niet echt. Rondom juffen en meesters gedraagt hij zich braaf, verlegen en leergierig. Als er een moeder in charge is wil er nog wel eens een dwarse bui de kop op steken . Dat is lastig tijdens de yogales. Als leerling zou hij zichzelf niet zomaar oprollen in een yogamat, maar als zoontje durft hij deze grens wel op te zoeken. Als de yogajuf hem vervolgens terecht wijst is dit duidelijk te veel voor hem.

Met zijn opmerking dat yoga stom is weet hij mij diep te raken. Zijn mijn lessen niet leuk? Ben ik er teveel in op gegaan? Dring ik het ongevraagd op aan mijn eigen kinderen?

Op de mat

Terug naar die middag in de kerstvakantie. Ik haal diep adem en vraag mijn zoontje waarom hij zegt dat yoga stom is. ‘Ik wil gewoon naar de dierentuin vandaag, maar dat kan niet.’ Opgelucht haal ik weer adem. Zo simpel kan het zijn. Ik beloof hem binnenkort naar de dierentuin te gaan samen, en we plannen het meteen.

De rust is wedergekeerd in huis. De jongste loopt als een giraf door de kamer en mijn zoontje neuriet het zonnedansliedje.

’s Middags gaan we naar de ouder-kindyoga. Samen met mij staat hij op de mat. Even hebben we samen dezelfde rol. We volgen de les, ervaren elkaars kracht en elkaars zachtheid. Geen juf, geen leerling, geen moeder, geen zoon. Samen ervaren, en dat maakt het zo fijn.

 

Lieve juf, beste meester,

hetkind_logo_rgb500

 

Nynke Bos, leerkracht en moeder, vraagt aan haar zoontje van vier of hij in de kring gaat vertellen over het weekend; ze hebben zo leuk in het bos gespeeld! Even lichten zijn ogen enthousiast op, dan zakt zijn kin op de borst. ‘Ze horen mij niet in de klas.’ Met die woorden legt hij volgens Nynke precies de vinger op de zere plek. Zij schreef een brief aan zijn juf, aan alle juffen en meesters, ook aan de juf die ze zelf is.

Lieve juf, beste meester,

Je hebt 32 kleuters in je klas, de komende weken zullen er nog een paar bijkomen zelfs. Sommige jongsten huilen ’s morgens als ze afscheid nemen van hun moeder of vader. Je neemt ze liefdevol op schoot in de kring. Terwijl je ze probeert te troosten springen er wat jongens rond die niet doorhebben dat de kring al is begonnen. Een paar oudste kleuters maken dankbaar gebruik van de consternatie en stoeien wat met elkaar.

Tijdens het zelfstandig werken ben je druk met de oudsten. Over een paar maanden moeten zij klaar zijn voor groep 3. Rekenbegrippen, leesvoorwaarden, Schrijfdans.

Dan heb je ook nog je handen vol aan dat ene kindje waar je je zo’n zorgen om maakt, de tweeling met de taalachterstand, het meisje dat alweer in haar broek heeft geplast en die drie jongetjes die altijd aan het ruziën zijn.

Gelukkig zijn er ook een paar kindjes waar ‘niks mee is’. Ze huilen niet, ze schreeuwen niet en vechten niet. Ze blijven keurig op hun stoeltje zitten, ook als ze eigenlijk niet weten hoe ze hun werkje moeten doen. Bij het hoeken kiezen maken ze het liefst een tekening; ze weten niet waar de auto’s liggen en de grote jongens zijn zo wild bij de blokken.

Lieve juf, ik vraag je als moeder, als collega, heb ook oog voor de ‘makkelijke’ kinderen in je groep. Maak tijd voor een aai over de bol, een klein gesprekje. Verras jezelf en speel eens tikkertje samen op het schoolplein.

Ieder kind wil gezien worden, gehoord worden, bevestigd worden in zijn aanwezigheid. Ook al is de stem zacht en bedeesd.

Mooi, Speciaal Onderwijs

hetkind_logo_rgb500

Geplaatst op hetkind.org op 6 oktober 2016

Ik ben terug uit Laos en werk nu op het Voortgezet Speciaal Onderwijs voor leerlingen met spraak- taalproblemen en/of slechthorendheid. Dezelfde doelgroep als voorheen, maar dan een maatje groter. Zo vaak vroeg ik mij bij leerlingen die de bovenbouw verlieten af; wat gaat daarvan worden, hoe zal het ze vergaan? Nu ga ik dat te weten komen.

Die eerste dag ontroert mij enorm. Het gaat er eigenlijk hetzelfde aan toe als met de jonge leerlingen, ze zijn enkel fysiek een stuk groter wat het bijna aandoenlijk maakt. Dezelfde struikelblokken, dezelfde angsten, dezelfde dikke dossiers, dezelfde stoere jongens met dezelfde kleine hartjes. Hetzelfde enthousiasme om te leren en te werken, dezelfde onmacht als het niet loopt zoals verwacht of gehoopt. Maar dan met de baard in de keel, met brede schouders of brede heupen.

Misschien is deze doelgroep wel nog kwetsbaarder dan die van de jongere leerlingen. Ze zien er uit als normale jongeren waarvan men verwacht dat ze stevig in hun schoenen staan, weten wat ze willen en in ieder geval weten wat ze doen. Hier op het VSO wordt niet meer getrokken aan de AVI’s, geduwd naar een rekentoets, de leerlingen worden klaargestoomd voor ‘de echte wereld’. Per leerling wordt gekeken hoe zij later hun geld kunnen verdienen, of in ieder geval hun tijd kunnen besteden. Ze leren plannen, samenwerken, zich aan afspraken houden, dat alles in de praktische richtingen groen, techniek of koken/schoonmaak.

Die eerste dag ontmoet ik een klas jongeren van rond de achttien jaar. Sepp, die niet durft te praten maar met zijn lieve glimlach iedereen om zijn vinger weet te winden. Ik ontmoet Marijn die zo verdrietig is dat ze morgen niet mee kan zwemmen; het is haar nooit gelukt een zwemdiploma te halen. Max ligt op zijn tafel te wachten tot de dag voorbij is, het liefst met zijn mp3-speler aan. Rosa komt te laat binnen. Ze heeft in de file gestaan en dat zit haar zichtbaar hoog. Ze spreekt in korte zinnen, heeft tranen in haar ogen en heeft haar wapperende handen nauwelijks onder controle. An vertelt uitgebreid over haar vakantie. Ze houdt zich daarbij wel strikt aan haar powerpoint die ze heeft gemaakt over haar Auti-vakantieweek. Marjolein en Fay zijn gewoon blij. Een nieuw schooljaar waarin ze weer fijn stage mogen lopen. In een restaurant, op een kinderboerderij, als ze maar lekker bezig zijn.

Het merendeel van deze leerlingen woont een deel van de week niet thuis maar op de groep. Daar leren ze zelfstandig te wonen. Ze zijn vaak nog eerder op kamers dan hun oudere broers en zussen. ‘Best stoer eigenlijk’, merkt hun mentor op. En dat vinden ze zelf ook!

‘Heb jij een gebruiksaanwijzing?’ vraagt de mentor op een gegeven moment. Aarzelend gaat er een hand omhoog. Het is Marijn: ‘Ik word soms zo druk in mijn hoofd.’ Hoe een leerkracht dat zou kunnen zien en daarmee om moet gaan weet ze niet. Gelukkig weet haar vriendinnetje An dat wel. ‘Dan laat ze haar hoofd hangen en moet je haar gewoon een kwartiertje met rust laten.’ Opgelucht haalt Marijn adem, zo is het precies.

Bij de schrijfopdracht over de vakantie krijgt Thijs het warm. Nee, heet. Hij houdt het bijna niet meer zonder frisse lucht. Hij banjert door het lokaal heen en weer, het raam moet open! Op een rustige afgeschermde werkplek komt hij wat tot rust. Maar het blijft een niet te nemen berg; een brief schrijven over zijn vakantie. De leerkracht maakt tijd voor hem, in kleine stapjes komt hij er wel.

Ik kijk opzij, daar zit Bart. Bart heeft een atlas vast en wrijft ermee over zijn neus. Een half uur lang.

Buiten zie ik afdeling Groen ten strijde gaan, gekleed in overalls en gewapend met snoeischaren. Uit het kooklokaal geurt een appelflappenwalm.

Mooi, speciaal onderwijs. Goed om terug te zijn in Nederland.

Braingym

 

Nynke Bos merkt dat haar leerlingen op SO Koninklijke Kentalis behoefte hebben aan rust- of bewegingsmomenten tussen de lessen door. Ze vindt een methode die blokkades in het lichaam (ontstaan door een gebrek aan beweging), oplost. Hier deelt ze haar ervaringen. ‘De reeks begon met water drinken. Iets hilarischer had ik niet op het programma kunnen zetten. Water drinken! Om 1 uur!’ 

2015-07-Life-of-Pix-free-stock-photos-moto-drawing-illusion-nabeelAl langer was ik zoekende naar een speelse manier de leerlingen in mijn groep tussen de lessen door te activeren en motiveren voor het volgende onderdeel. Een lading nieuwe energie is zeer welkom, zeker omdat we werken met een continurooster en de middag vaak wat futloos dan wel hyperactief wordt doorgebracht. Een middenweg zou ideaal zijn.

Kleine spelletjes of bewegingsoefeningen kunnen goed werken als break in de dag, als activering of als rustmoment. Mijn ervaring met kleine tussendoorspelletjes is echter ook dat het onrust kan geven bij leerlingen die houden van duidelijkheid en structuur, door de onvoorspelbaarheid ervan of het win- en verlieselement.

Blokkades oplossen

Werkzaam als bovenbouwleerkracht in het Speciaal Onderwijs was ik via de leercoach van een van mijn leerlingen in aanraking gekomen met het programma BrainGym. De leerling in kwestie had bij de individuele sessies veel baat bij de oefeningen, oefeningen bedoeld voor kinderen die in leersituaties leerblokkades tegenkomen. Aangezien ik een klas vol kinderen met ADHD, Autisme, leer- en concentratieproblemen had leek het mij ideaal om de hele groep te laten profiteren van deze oefeningen.

BrainGym-oefeningen zijn erop gericht blokkades op te lossen die in het lichaam zijn ontstaan door een gebrek aan beweging. Hierdoor worden de hersenen en de zintuigen te weinig geactiveerd. Dat kan blokkades in de energie veroorzaken en daardoor het leerproces verstoren. Door de bewegingen gaat de energie (weer) stromen tussen beide hersenhelften en van en naar de zintuigen. Er wordt onder andree gebruik gemaakt van kruisbewegingen en zelfmassage. Het brein en het lichaam gaan beter samenwerken.

Energie laten stromen via oefeningen

De reeks begon met water drinken. Iets hilarischer had ik niet op het programma kunnen zetten. Water drinken! Om 1 uur! Uit een melkbeker! Kijkend naar een mevrouw die op het digibord zichtbaar genoot van haar glaasje water. En dan dat muziekje! Het liep behoorlijk uit de hand.

In de loop van het schooljaar heb ik de sessies weten uit de breiden tot de volledige reeksen van 6 tot 8 minuten. Kijkend naar mijn groep koos ik telkens de passende reeks voor die dag, voor dat moment. Veel beweging zoals de kuitpomp, de schommel en de arm-activering die alle spieren in het lichaam even hard laten werken, of juist de meer passieve oefeningen zoals het masseren van de drukpunten op het hoofd. De focus ligt in beiden gevallen uiteindelijk op het lijf tot rust brengen en de geest alert maken.

Voor zowel mijzelf als de leerlingen is het een fijn moment om nieuwe energie op te doen voor het middagprogramma. Favoriet onderdeel: ‘In en uit de knoop’ waarbij eerst alle aandacht naar binnen gaat, met de armen en benen in elkaar gedraaid – in de knoop- en met gesloten ogen, om vervolgens de aandacht te richten op de omgeving in het hier en nu –uit de knoop.

Trots

Op een middag komt de groep rumoerig terug van het buiten spelen. Na het eten is het er niet beter op geworden. Omdat ik na het eten zo onmogelijk kan starten met begrijpend lezen zet ik de Batterijoplader in. Een serie oefeningen die de kinderen drukpunten op het hoofd laat masseren en kruisbewegingen laat maken als een liggende acht. Afgesloten door ‘In en uit de knoop’. Alle leerlingen maken hier dankbaar gebruik van, behalve Mats. Het lukt hem niet op zijn stoel te blijven zitten, hij hangt over zijn tafel, wiebelt, pakt spulletjes uit zijn la etc. Aan het einde van de reeks evalueren we kort. De rust is volledig neergedaald over de groep, Mats springt er als een eenzame kikker tussendoor. Ik wijs hem op wat ik zie en hij kijkt beteuterd rond.

De dag erna kijk ik hem veelbetekenend aan voor we starten met wat oefeningen uit het programma. Het lukt Mats om mee te doen. De rust die hij na afloop in zijn ogen heeft is onbetaalbaar!